Thuis

Waarom zijn oude volksbuurten in trek bij de stedelijke middenklasse? Waarom vindt iedereen het de normaalste zaak van de wereld om op de fiets naar werk of school te gaan? En waarom verwachten stedelingen dat bestuurders direct naar hen luisteren als zij hun grieven uiten?

Met een onderzoek naar Amsterdam in het laatste kwart van de twintigste eeuw geven Petra Brouwer en Tim Verlaan een antwoord op deze vragen. Centraal staat de erfenis van
oud-wethouder Michael van der Vlis, die in de jaren tachtig het ideaal van de compacte stad
in de praktijk bracht.

Nu het succes van de stad hevig bediscussieerd wordt, is een geschiedenis over de wederopstanding van Amsterdam urgent geworden. De stedelijke revitalisering die in de periode van Michael van der Vlis is ingezet, heeft volgens sommige stemmen in het academische en publieke debat haar grenzen bereikt: het wonen in de stad is voor grote groepen mensen onbetaalbaar geworden, het voorzieningenniveau verschraalt en het groen staat onder druk. Optimistische stemmen stellen juist dat Amsterdam zich eindelijk tot een metropool ontwikkelt die zich binnenkort kan meten met wereldsteden als Londen en Parijs. 

Opnieuw staan ideeën over stedelijke kwaliteit, toegankelijkheid en diversiteit ter discussie. Terwijl de compacte stad zowel toen als nu leidend is in het ruimtelijk beleid, heeft het hedendaagse concept door de groeiende populariteit van stedelijk wonen, veranderingen op de vastgoedmarkt en een nieuwe politieke context een compleet andere lading en uitwerking gekregen. Het is tijd voor een pas op de plaats. Hoe is Amsterdam gekomen waar het nu is, en welke lessen kunnen we trekken uit het verleden? 

In de geschiedschrijving is Michael van der Vlis in de schaduw komen te staan van Jan Schaefer, wiens optredens en verbaal talent hem bekender maakten bij het grote publiek. Tijdens zijn raadsperiode en wethouderschap was Van der Vlis tussen 1978 en 1990 echter een gezaghebbend en activistisch bestuurder. Gegrepen door het ideaal van de compacte stad initieerde hij beleidsuitgangspunten die vandaag nog steeds de ruimtelijke ordening van Amsterdam bepalen: terugdringing van het autoverkeer ten gunste van fiets en openbaar vervoer en maximale verdichting binnen de stadsgrenzen – met oog voor bestaande fysieke en sociale structuren. 

Na het overlijden van Michael van der Vlis in 2018 heeft oud-collega Walter Etty samen met Bouwe Olij en Simon Deurloo het initiatief genomen om zijn erfenis te eren met een langlopend historisch onderzoek en een reeks publieksbijeenkomsten.