De compacte stad van Michael van der Vlis

Biografie-project ‘De compacte stad van Michael van der Vlis‘


Walter Etty, Bouwe Olij en Simon Deurloo hebben het initiatief genomen voor een biografie over Michael van der Vlis, Wethouder Ruimtelijke Ordening en Verkeer 1978-1990. Een biografie met een thema: over Michael’s betekenis voor de redding van Amsterdam: tegen leegloop, overloop en sloop, voor groei en bloei van de compacte stad.. Het doel is een degelijk onafhankelijk historisch-wetenschappelijk project dat tegelijk een rol kan spelen in de actuele discussie over de toekomst van Amsterdam: de nieuwe Omgevingsvisie, voor wie is de stad, duurzame mobiliteit.
Petra Brouwer en Tim Verlaan, beiden gepromoveerde medewerkers van de UvA zijn bereid om in 3 jaar onderzoek te doen, studenten te betrekken en debat en discussie met Amsterdammers en andere beleidsmakers te organiseren en een mooi boek te schrijven.

Petra Brouwer schreef voordat ze haar aandacht verlegde naar de negentiende-eeuwse architectuur de monografie Van stad naar stedelijkheid: Planning en planconceptie van Lelystad en Almere 1959-1974 (1997). Zij was ook jarenlang lid van de ARS en Is regelmatig jurylid bij prijzen voor architectuur en stedenbouw.


Tim Verlaan onderzocht eerder o.a. ‘het conflict in de Nederlandse binnenstad’ vlak voor de periode dat Van der Vlis wethouder werd: De ruimtemakers: Projectontwikkelaars en de Nederlandse binnenstad 1950-1980 (2017). Hij is ook o.a. Lid van het Amsterdam Museum.

Steun het project Michael van der Vlis en de compacte stad

Om het project te realiseren is ook jouw steun nodig!
Petra Brouwer en Tim Verlaan zijn alweer een half jaar met het project aan de slag. Binnen 3 jaar zal hun boek worden gepubliceerd, een gedegen boek, gericht op een groot publiek, betekenisvol voor het debat over de toekomst van Amsterdam. De totale kosten voor het project (onderzoek, debat en participatie, schrijven) zijn begroot op 175.000 Euro. Het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie (Architectuur) heeft inmiddels al : 33.700 euro voor het project toegekend. Andere subsidieaanvragen zijn in behandeling.

De initiatiefnemers hebben de stichting Vrienden van het Stadsarchief bereid gevonden het biografie-project onder hun hoede te nemen en administratief het werven van fondsen te ondersteunen: professionele fondsen, maar ook met hun ANBI-status ‘crowdfunding’ door betrokken Amsterdammers en andere vrienden van onze hoofdstad mogelijk te maken.

Iedereen die 100 Euro of meer geeft wordt in het boek vermeld in de intekenlijst en krijgt het boek toegestuurd. Iedereen die bijdraagt wordt elke 3 maanden op de hoogte gesteld van de voortgang en krijgt de agenda van projectbijeenkomsten.

Doneer op NL40ABNA0446399078 t.n.v. Stichting Vrienden Stadsarchief Amsterdam onder vermelding van Biografie Van der Vlis.

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Samenvatting van de probleem- en doelstelling van het biografieproject ‘Wethouder van der Vlis en de compacte stad.’

Waarom zijn oude volksbuurten in trek bij de stedelijke middenklasse? Waarom vindt iedereen het de normaalste zaak van de wereld om op de fiets naar werk of school te gaan? En waarom verwachten stedelingen dat bestuurders direct naar hen luisteren als zij hun grieven uiten? 

Tegenwoordig liggen de antwoorden op deze vragen voor de hand, maar nog geen halve eeuw geleden bevonden Nederlandse steden zich in een diepe crisis. Ook Amsterdam werd hard geraakt: in de jaren zeventig verlieten jaarlijks meer dan tienduizend inwoners de hoofdstad. Cityvorming en suburbanisatie bedreigden de stedelijke woonfunctie en de levensvatbaarheid van buurtvoorzieningen, terwijl criminaliteit en verloedering toesloegen. Halverwege het decennium begon een jonge generatie stadsbewoners tegengas te geven aan deze ontwikkelingen. Samen met honkvaste buurtbewoners en kritische architecten wisten de nieuwkomers de politieke en stedenbouwkundige koers van de stad te keren en transformeerden zij Amsterdam tot een fiets- en voetgangersvriendelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren. Vooral ook voor mensen met een kleine beurs, waaronder een groeiend aantal studenten, gastarbeiders en alleenstaande ouderen. 

Misschien wel de belangrijkste vertegenwoordiger van het nieuwe geluid in Amsterdam was Michael van der Vlis, die zich als wethouder van 1978 tot 1990 inzette voor stedelijke verdichting en bevolkingsgroei. In de geschiedschrijving is Van der Vlis in de schaduw komen te staan van Jan Schaefer, wiens optredens en verbaal talent hem bekender maakten bij het grote publiek. Tijdens zijn raadsperiode en wethouderschap was Van der Vlis echter een gezaghebbend en activistisch bestuurder. Gegrepen door het ideaal van de compacte stad initieerde hij beleidsuitgangspunten die vandaag nog steeds de ruimtelijke ordening van Amsterdam bepalen: terugdringing van het autoverkeer ten gunste van openbaar vervoer en fiets, en maximale verdichting binnen de stadsgrenzen met oog voor bestaande fysieke en sociale structuren. 

Met een toegankelijk boek voor een brede doelgroep, publieksbijeenkomsten en onderwijsinterventies willen we het denken en doen van Michael van der Vlis voor het voetlicht brengen. We analyseren zijn visie op de compacte stad in de politieke en stedenbouwkundige context van de jaren zeventig, tachtig en negentig, waarbij we Van der Vlis beschouwen als de verpersoonlijking van een snel veranderend Amsterdam. Net als veel van zijn generatiegenoten was Van der Vlis naar de hoofdstad gekomen voor de studiemogelijkheden en grootstedelijke cultuur. 

Het project waarvoor we subsidie aanvragen bij de EFL Stichting betreft onderzoek (archiefonderzoek, literatuurstudie, oral history) dat op langere termijn moet resulteren in een boek (publicatie verwacht begin 2023) en dat lopende de onderzoeksperiode in een reeks publieksbijeenkomsten en onderwijsinterventies wordt gedeeld met deskundigen, politici, buurtbewoners, studenten en algemeen geïnteresseerden. Doel van deze bijeenkomsten is de voorlopige onderzoeksresultaten te vergelijken met hedendaagse vraagstukken over de compacte stad, om zo actuele opgaven en oplossingen kritisch te bevragen. Met een tweeledige focus op zowel de ideevorming als de stedenbouwkundige praktijk van de compacte stad – in de jaren zeventig, tachtig en negentig en nu – zijn de volgende onderzoeksvragen relevant: 

• Wanneer werd de term ‘compacte stad’ voor het eerst gebruikt en hoe werd zij precies gedefinieerd? 

• Wie waren de gezaghebbende (internationale) theoretici en hoe kregen hun ideeën over de compacte stad bekendheid in het Amsterdamse? 

• Wat waren de voorbeeldstudies en internationale voorbeeldsteden in die tijd, en welke positie had het Nederlandse model van de compacte stad hierin? 

• Welke vraagstukken speelden er, op het gebied van stedelijk ontwerp, welzijn, economie, verkeer? 

• Welke beleidsbeslissingen waren bepalend voor de uitvoering van de compacte stad, en hoe veranderden prioritering en aanpak in de loop van de jaren? 

Wat is de relevantie van het onderzoek / project? 

Nu het succes van de stad hevig bediscussieerd wordt, is een geschiedenis over de wederopstanding van Amsterdam urgent geworden. De stedelijke revitalisering die in de periode van Van der Vlis is ingezet, heeft volgens sommige stemmen in het academische en publieke debat zijn grenzen bereikt: het wonen in de stad is voor grote groepen mensen onbetaalbaar geworden, het voorzieningenniveau verschraalt en het groen staat onder druk. Optimistische stemmen stellen juist dat Amsterdam zich eindelijk tot een metropool ontwikkelt die zich binnenkort kan gaan meten met wereldsteden als Londen en Parijs. Opnieuw staan ideeën over stedelijke kwaliteit, toegankelijkheid en diversiteit ter discussie. Terwijl de compacte stad zowel toen als nu leidend is in het ruimtelijk beleid, heeft het hedendaagse concept door de groeiende populariteit van stedelijk wonen, veranderingen op de vastgoedmarkt en een nieuwe politieke context een compleet andere lading en uitwerking gekregen. Het is tijd voor een pas op de plaats. Hoe is Amsterdam gekomen waar het nu is, en welke lessen kunnen we trekken uit het verleden? 

Een goede architectuur- c.q. stadsgeschiedenis gaat zowel over stenen als mensen. Wij zijn een geoefend schrijversduo dat in dit project architectuur- en stadshistorische onderzoekstradities zal combineren, waarmee de EFL Stichting zowel bijdraagt aan een tweejarig onderzoek dat ten grondslag ligt aan 1) een publicatie; 2) publieke en academische debatten over de compacte stad; 3) een innovatieve en interdisciplinaire samenwerking tussen twee disciplines die in de academische wereld steeds meer naar elkaar toe groeien. 

Wij zijn zowel binnen als buiten de muren van de universiteit actief betrokken bij het reilen en zeilen van steden in binnen- en buitenland, Amsterdam in het bijzonder. De geschiedenis van de stad maar zeker ook actuele ontwikkelingen komen in onze hoor- en werkcolleges, scripties en stages voortdurend aan de orde. Tegelijk biedt de wetenschap steeds minder mogelijkheid tot het koppelen van de actualiteit aan historische ontwikkelingen en het bereiken van een groter publiek. De groeiende onderwijs- en publicatiedruk betekent minder uren voor maatschappelijk engagement en voor het maken van een vertaalslag van historisch onderzoek naar het heden. Wij zijn er echter van overtuigd dat reflectie op onze dagelijkse leefomgeving en haar (recente) geschiedenis iedereen aangaat – óók het publiek buiten de universiteitsmuren. 

Het project behelst historisch onderzoek naar de compacte stad, dat onder andere moet resulteren in een boek. Nieuw aan deze projectfase van onderzoek, is dat vrijwel direct vanaf het begin de (voorlopige) onderzoeksbevindingen worden gedeeld met diverse soorten publiek, waardoor een wisselwerking ontstaat tussen reflectie op de geschiedenis en de actualiteit van de compacte stad. Experts, studenten en bewoners ontwikkelen historisch bewustzijn, maar krijgen door historische kennis ook beter grip op de actuele stedelijke opgave. Het inzicht dat ook decennia geleden de stad voor uiterst complexe opgaven stond die vrijwel onoplosbaar leken, kan bijvoorbeeld een nieuw handelingsperspectief bieden. 

Publieksprogramma en doelgroepen
Het parallel aan ons onderzoek lopende publieksprogramma biedt ons de mogelijkheid onze onderzoeksresultaten direct te toetsen op hun relevantie voor een breder publiek dan vakgenoten uit de architectuur- en stadsgeschiedenis. We experimenteren hier met een werkwijze die verder gaat dan het cliché dat we lessen kunnen leren uit het verleden: geschiedschrijving komt in dit project daadwerkelijk tot stand in interactie met de actualiteit.De diverse bijeenkomsten die we organiseren lopende het onderzoek richten zich op een breed en gevarieerd publiek. 

Ten eerste zijn er bijeenkomsten die gericht zijn op professionals: beleidsmakers, bestuurders, vastgoedpartijen, architecten en stedenbouwkundigen. Voor hen biedt ons historisch onderzoek naar Amsterdam als compacte stad een context bij actuele discussies en vraagstukken waar zij zich voor gesteld zien. 

Ten tweede betrekken we studenten architectuur- en stadsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam in ons onderzoek met archiefpractica, vergelijkend literatuuronderzoek, excursies en papers over deelonderwerpen. Doel is hen inzicht te geven in de geschiedenis van Amsterdam, en hen te leren hoe deze geschiedenis relevant kan worden gemaakt voor het heden. Hier ligt samenwerking met de Van Eesteren Leerstoel aan de TU Delft ook voor de hand, waarbij we geschiedenisstudenten willen samenbrengen met ontwerpende studenten.

Ten derde richten we ons met het organiseren van laagdrempelige buurtbijeenkomsten op buurtbewoners en algemeen geïnteresseerden. Ons onderzoek kan het historisch bewustzijn van buurtbewoners versterken, terwijl oudere bewoners met hun herinneringen ons geschiedbeeld kunnen verfijnen en aanvullen. Ook kan de historische context bewoners aanleiding geven hun visie en ervaringen te delen: wat zijn de kwaliteiten en tekortkomingen van het wonen en werken in de stadsvernieuwing- en uitbreidingswijken van de jaren tachtigen negentig? 

Het publieksprogramma bestaat uit vijf onderdelen en komt tot stand in samenwerking met vijf maatschappelijke partners: de jaarlijkse Van der Vlislezing (i.s.m. de Balie en dienst Ruimte en Duurzaamheid), een jaarlijkse bijeenkomst in het Atelier der Verbeelding (i.s.m. dienst Ruimte en Duurzaamheid), ‘Spreken voor de buurt’ (i.s.m. Amsterdamse buurthuizen), de Amsterdam Time Machine (i.s.m. Universiteit van Amsterdam) en een tentoonstelling (i.s.m. ARCAM).